wp84e7898a.png
wp493034e3_0f.jpg

Van Lourdes naar Oostakker

Een belangrijk getuigenis uit het boek Notre-Dame De Lourdes van Pater Cros s.j., één van de meest gedocumenteerde studies over de verschijningen in Lourdes, wijst op de nauwe verbondenheid van Oostakker-Lourdes met het Franse Lourdes: "Al sinds verscheidene jaren wekte België door zijn godsvrucht tot Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes de bewondering op van Frankrijk en van de andere katholieke landen die elkaar in Lourdes ontmoetten. De Onbevlekte Maagd scheen deze uitzonderlijke devotie te willen belonen. Iedereen kent tegenwoordig het Lourdes van België, de grot van Oostakker in de buurt van Gent. De wonderen die er de aanleiding toe gaven, begonnen in 1873, en weldra kon niemand er nog aan twijfelen, dat Maria die plaats had uitgekozen om er verheerlijkt te worden. De kunstmatige grot, nabootsing van de grot van Lourdes, was miraculeus vanaf zijn plechtige inzegening die dateert van 29 juni 1873".

Het ontstaan

Baron de Plotho

De geschiedenis van het Vlaamse Lourdes begint in het domein van het kasteel van Oostakker in de wijk Slotendries. Baron Frans de Plotho voelde zich geroepen tot het trappistenleven. Maar het strenge monnikenleven was te zwaar voor zijn zwakke gezondheid. Hij ging over naar het seminarie en werd in Gent priester gewijd in 1790. Na enige tijd trok hij zich terug op het domein. Zijn eerste ideaal leefde immers voort in hem en hij bouwde een kluis om er als priester-kluizenaar een leven van gebed en boetvaardigheid te leiden. Omdat velen van zijn ex-medebroeders tijdens de Franse Revolutie uit hun land verjaagd werden, dacht hij eraan voor hen op zijn eigendom een klooster te bouwen. Maar dat bleek een onmogelijk uit te voeren plan.

Ook onze streken werden geteisterd door de verschrikkingen van het Franse geweld. Daarom liet E.H. de Plotho met het al aangekochte materiaal een huis bouwen, waarin hij in die onveilige tijden een onderkomen kon verschaffen aan verbannen geestelijken. Het plan werd uitgevoerd. Doch de priester kon zijn caritatief werk niet lang voortzetten. Hij stierf op 31 december 1811.

Markiezin de Courtebourne

Zestig jaar later besloot de Markiezin de COURTEBOURNE de kluis die E.H. de Plotho voor zichzelf gebouwd had, om te bouwen tot een aquarium. De ingang daarvan werd belegd met rotsstenen. E.H. Moreels, de pastoor van Oostakker, suggereerde in de rotsstenen een nis aan te brengen voor een beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. De markiezin was zeer vroom. Tijdens haar wandelingen door het domein hield ze steeds even stil bij de talrijke heiligenbeelden. Ze kende een beproefd leven. Haar echtgenoot stierf op jonge leeftijd. Haar zoon Amedée verloor zijn vrouw op jonge leeftijd. Amedée zelf stierf ook al in 1876. De markiezin wijdde ook al haar zorgen aan haar zoontje Arthur die vanaf zijn geboorte ongeneeslijk ziek was. Een andere zoon, Victor, was jezuïet geworden. Hij stierf als rector van het college van Doornik ook reeds in 1873.

De grot

Toen de pastoor aan de markiezin voorstelde een Mariabeeld in de nis te plaatsen, was ze meteen daarvoor gewonnen. Ze verzocht de pastoor het beeld te komen wijden. Dat gebeurde op 29 juni 1873. Tweeduizend mensen woonden de ceremonie bij. Ze drukten het verlangen uit geregeld op de plaats te komen bidden. Het werd hun toegestaan om op zon- en feestdagen naar de grot te komen.

wp2f7ff019.png
wpf0ff7d76.png

De wonderbare genezing van Pieter De Rudder

Al vlug werd gesproken van gebedsverhoringen en de stroom bedevaarders groeide snel aan. Daarom vatte de markiezin het plan op een kapel te laten bouwen. Een opzienbarend wonder versterkte die idee. Op 7 april 1875 genas Pieter De Rudder. Over die genezing zou de gekende Lourdes-dokter Boissarie later verklaren: "Geen enkele van de te Lourdes bekomen genezingen kan vergeleken worden met die van Pieter de Rudder".

wp4a4ab425_0f.jpg

Het ongeluk

Pieter De Rudder was vader van twee kinderen. Hij woonde in het West-Vlaamse Jabbeke. Toen hij op de avond van 16 februari 1867 van zijn werk naar huis terugkeerde, ging hij enkele boomhakkers een handje toesteken om een gevallen boom te verwijderen. De boom werd opgetrokken met een hefboom, maar kantelde tegen het linkerbeen van Pieter. Het scheen- en kuitbeen waren gebroken. De bij geroepen geneesheer legde een gipsverband. Men hoopte dat het been na enkele weken zou hersteld zijn. Maar de toestand verergerde. Er gaapte een etterende wonde onder de knie en het verband veroorzaakte nog een kneuzing boven de voet. Pieter doorstond veel pijn en bleef werk onbekwaam. Hij weigerde zijn been te laten afzetten, maar stelde zijn hoop op het gebed.

De genezing

De gebedsverhoringen in Oostakker waren ook in Jabbeke bekend. Acht jaar duurde de zware beproeving al, toen Pieter besloot op bedevaart te gaan naar Oostakker. Gezien zijn erbarmelijke toestand raadde iedereen hem de tocht af. Maar de arme man was van zijn voornemen niet af te brengen.
Hij begon een noveen tot Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes en de lijdende Zaligmaker en op 7 april ondernam hij de zware tocht. Na een ware lijdensweg belandde hij eindelijk bij de grot. Daar zakte hij uitgeput neer voor het beeld van de Onbevlekte op de eerste bank naast het beeld van de H.Bernadette. Vurig en vol vertrouwen smeekte hij de genezing af om opnieuw voor zijn gezin te kunnen zorgen. Tweemaal sukkelde hij op zijn krukken rond het heuveltje. Hulpeloos zonk hij neer op de knieën. Zijn vrouw riep erbij uit: "Maar Pieter, wat doe je toch?". Precies op dat ogenblik stond de man op en zette enkele stappen : zonder krukken. Die krukken hing hij meteen op bij het Mariabeeld en uit dankbaarheid ging hij nog driemaal rond de grot. Hij verwijderde het verband. Zijn been was gaaf en gezond en van de wonde aan de voet bleef alleen een litteken over. Zijn weesgegroeten waren smeekbeden geweest, nu gingen ze over in een danklied.

Reacties

In het station van Jabbeke kon de seinwachter zijn ogen niet geloven. Dat was toch niet mogelijk! Heel Jabbeke deelde in de vreugde. De dokter verklaarde dat het been aaneengegroeid was als dat van een pasgeboren kind. De notabelen van de gemeente ondertekenden een verklaring als getuigenis voor het wonder. De genezing werd ook in Lourdes bekend. De gezagvolle voorzitter van de medische adviesraad van Lourdes vroeg aan de bisschop van Brugge een canoniek onderzoek in te stellen. In 1908 erkende Mgr. Waffelaert na grondig onderzoek "het mirakel Pieter de Rudder". Het volledig dossier van het canoniek onderzoek werd in boekvorm gepubliceerd ter gelegenheid van het eeuwfeest van de verschijningen in Lourdes.

Een kapel of een kerk?

De begeestering die door de genezing van Pieter De Rudder werd opgewekt, trok natuurlijk nog meer bedevaarders aan. De markiezin vroeg toestemming aan Mgr. Bracq, bisschop van Gent, om de kapel te bouwen. Merkwaardig genoeg antwoordde hij: "Neen, Mevrouw. Hier is niet een kapel nodig, maar een kerk". De markiezin stemde daarmee in.
Het ontwerp werd toevertrouwd aan de heer Van Hoecke-Peeters die ook het aquarium had gebouwd. Op 22 mei 1875 legde de bisschop de eerste steen. Daarin werd de oorkonde ingesloten met de vermelding van "talrijke en schitterende gunsten hier bekomen door de gebeden van de bedevaarders".
Op 11 april 1877 werd de kerk ingezegend door E.P. Janssens, provinciaal overste van de Jezuïeten. Langs haar zoon Jezuïet Victor kende Mevrouw de Courtebourne de paters van de Sociëteit van Jezus. Daarom had ze aan hen de bediening van de bedevaartplaats toevertrouwd. Nog diezelfde dag begonnen de paters Jezuïeten hun apostolaat in Oostakker-Lourdes.
De bouw van de kerk voldeed nog meer aan het verlangen van de bedevaarders. Het heiligdom werd op 11 september 1877 plechtig gewijd door de pauselijke nuntius, Mgr. Vanutelli. Een grote massa bedevaarders was komen mee vieren. Hun geloof maakte een geweldige indruk op de nuntius die verklaarde zelden zoiets te hebben meegemaakt.

Het beeld van de Onbevlekte in de kerk

De Franse beeldhouwer, Froc-Robert, beitelde een prachtig beeld van de Onbevlekte uit eikenhout. Het kreeg een plaats in de kerk in 1888, het jaar van de grootse kroningsfeesten. De bisschop van Gent, Mgr. Lambrechts kwam op 5 augustus, feest van de Kerkwijding van Maria de Meerdere, het beeld plechtig kronen. Die dag brachten bedevaarders uit gans Vlaanderen een luisterrijke hulde aan de Onbevlekte Ontvangenis. Met de prachtige gouden kroon erkenden ze Maria als hun Koningin en machtige Beschermster, bij wie ze troost en bijstand vonden.

Uitbreiding van het Vlaamse Lourdes

Om tegemoet te komen aan de godsvrucht van de bedevaarders werden in 1883 omheen de grond heuvel zeven kapelletjes opgericht met beelden die de zeven smarten van Maria oproepen. Haar voorbeeld is voor talloze mensen een steun in hun beproevingen. Ook de Moeder van de Heer deelde in het leed van de mensen. Zij had op een bijzondere wijze deel aan het lijden van haar Zoon. Simeon voorspelde haar dat een zwaard van droefheid haar ziel zou doorboren. Bij het kruis ging die profetie in vervulling. De Moeder van Jezus heeft met haar Zoon en met ontelbaar velen mee geleden. Zeer veel gelovigen komen daarom in de basiliek en bij de grot bidden voor familieleden en vrienden en leggen vol vertrouwen hun noden in de handen van de hemelse Moeder.

Achteraan in de basiliek kunnen de bedevaarders een kleine brochure vinden met een korte overweging over de zeven smarten van Maria.

Op 17 mei 1913 werden in een tweede ommegang vijftien kapelletjes geplaatst om bij de mysteries van de rozenkrans stil te staan en ze te overwegen. De Onbevlekte toonde in Lourdes en ook op andere plaatsen haar voorliefde voor dat gebed. In Fatima noemde zij zich zelfs Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans.

Wie kan ons beter helpen om te komen tot een diepere kennis van Jezus en van zijn boodschap dan zijn Moeder die dertig jaar met Hem samenleefde en die alles zorgvuldig in haar hart bewaarde en overwoog?

De bedevaarders hebben vanaf het begin met veel dankbaarheid geantwoord op de eerste gunsten van de H.Maagd in Oostakker. Getuige daarvan zijn de twintigduizend Xaverianen die haar in 1875 op de tweede Pinksterdag kwamen vereren en huldigen. Elke bedevaartplaats heeft haar eigenheid. We hoorden al in het getuigenis uit 1873 dat P. Cros aanhaalde uit de documenten van Lourdes, hoe de devotie van de Belgische bedevaarders in Lourdes de bewondering opwekte en allen tot voorbeeld was. In Oostakker is de Vlaamse Mariadevotie altijd duidelijk zichtbaar en ze duurt onverminderd voort.

wpd1dc4149_0f.jpg
De kerk is 48m. lang en 22m. breed. Het middenschip is 22m. hoog, de torens 57m. Met het kruis komt dat op 61m. Het is een neogotiek gebouw, slank en licht, in rode baksteen. Ze werd in 1924 tot basiliek verheven ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het bestaan van het Vlaamse Lourdes.
wp04b63a4e.png
wp1020c6ff.png
wp3a98ae46.png